Geschiedenis van het orgel


Op 2 november 1862 werd de kerk en het grootste gedeelte van de inboedel, na een verwoestende brand, op enkele uren in de as gelegd. Het bestaande orgel, gebouwd door Louis de la Hayes in 1699, ging in vlammen op.

Door voortdurend geldgebrek, mede veroorzaakt door de bouw van de nieuwe kerk, werd de aankoop en installatie van een nieuw orgel steeds uitgesteld. Voor de opluistering van de erediensten moest men zich noodgedwongen behelpen met een harmonium.

Juffrouw Melanie Bauwens, dochter van burgemeester en notaris Bauwens, schonk bij haar overlijden een legaat van 4000 frank met als voorwaarde dat dit bedrag uitsluitend zou worden aangewend voor de bouw en plaatsing van een nieuw kerkorgel. Alhoewel het bedrag een goede aanzet was, bleek het toch veel te gering om de geplande aankoop te verwezenlijken.
De toenmalige pastoor Reynekinck slaagde erin, ondanks ernstige financiële moeilijkheden, door te zetten en de kerk te voorzien van een waardig instrument. Kostprijs met doksaalvergroting 20889,51 frank. Er kwam een subsidie van 2000 frank van de provincie, de rest werd, via een steunlijst bij gegoede parochianen, te Overmere. ingezameld.

Voor de uitbouw en het vergroten van het oksaal werden de plannen van architect De Noyette uit Ledeberg gevolgd. De orgelbouw werd toevertrouwd aan Petrus Johannes Vereecken en zonen, orgelmakers te Gijzegem. De orgelkast, ontworpen door De Noyette, werd een opdracht voor beeldhouwer Lippens uit Gentbrugge.
Uit verschillende plannen voor de orgelkast is wel het meest kunstvolle verkozen door de bestuurscommissie. Het oksaal is ontworpen in neo-gotische stijl en is volledig in harmonie met de rest van het kerkmeubilair.

Op 5 februari 1890 werk het orgel, onder grote belangstelling, ingezegend door Z.E.H. Degroote, deken van Lokeren, en officieel ingespeeld.

Voor het onderhoud en het stemmen komt in de kerkrekeningen de naam van de firma Vereecken regelmatig voor tot in 1916. Daarna, vanaf 1921 gebeurde de nazorg door orgelmaker Daem en zijn zoon. Die bleef dit doen tot in 1958.

De laatste grote revisie is uitgevoerd door de firma Jos Stevens uit Duffel die in 1976 het orgel gereinigd en de ontstane defecten hersteld heeft.

Tijdens de hete zomer van 1976 kon het orgel niet meer gebruikt worden. Door het trekken van het hout was er zodanig windverlies dat de pneumatische tractuur nagenoeg zonder druk zat en het daarna helemaal liet afweten. Alle verdere onderhoudswerken ten spijt was het niet mogelijk met eenvoudige middelen het orgel in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Een ingrijpende restauratie bleek nodig.